Mevrouw Klein Sprokkelhorst, in de jaren dertig was u voor het eerst in IJsselstein om met uw wichelroede te speuren naar de onderaardse gang. Daarna zijn er vermoed ik heel wat jaren verstreken voordat u hier weer terug kwam. Sinds drie jaar bent u in de decembermaand op een sfeervolle avond in IJsselstein om een programma bij te wonen dat helemaal aan u gewijd is. Hoe vindt u dat?

- Hoe reageren de mensen als ze u zien? Wordt u wel eens naar uw werkzaamheden gevraagd? Wat vertelt u het publiek dan?
Veel mensen weten niet wie Mevrouw Klein Sprokkelhorst is. Ik vertel hen dan dat ik uit Zeist kom en dat ik de bijzondere gave van het wichelroede lopen bezit. Ik kwam in de jaren 30 naar IJsselstein om te zoeken naar de onderaardse gangen van voormalig kasteel. Daarnaast weet ik met mijn wichelroede aardstralen en waterlopen aan te wijzen. Zelfs de koninklijke familie heeft mij ingeschakeld op Soestdijk.
De mensen zijn nieuwsgierig of de onderaardse gangen nu wel of niet bestaan. Maar laatst nog wist een makelaar in de beschrijving van een koophuis aan de Kerkstraat te melden dat de onderaardse gangen zich deels in de tuin van dit pand zouden bevinden. Dat is bewijs genoeg. Zo blijft het verhaal van het illustere kasteel IJsselstein en zijn historie levend en verliest niet zijn magische kracht.
- Vertelt u dan ook hoe IJsselstein vroeger was?

- Wat vindt u van IJsselsteinse binnenstad zoals die nu is?
Bijzonder is het om te zien dat IJsselstein heel erg veranderd is, maar dat de oude binnenstad is nog helemaal de sfeer van vroeger ademt. De straten en gevels zien er prachtig uit. dat was in de jaren 30 nog wel anders. Er was ook nog veel armoede in de stad. Je had toen echt de hoeden- en de pettenkant van de stad. De Walkade was de pettenkant en het Kronenburgplantsoen de hoedenkant.
Dat is nu wel veranderd. De Walkade is inmiddels wel sjiek geworden. Er wonen ook zoveel bijzonder kunstenaars. De Sprokkelroute loopt dan ook langs deze twee plekken.
- Zijn er in de stad plaatsen waarvan u zegt: "Ach ja, dat herinner ik me nog, daar is het niet zoveel veranderd?" Welke plaatsen zou u bij de bezoekers aan IJsselstein onder de aandacht willen brengen?
Er is een aantal heel bijzondere, verstilde plekjes waar de tijdgeest geen vat op heeft gehad. Als je er 's avonds, op een winderige herfstdag of met sneeuw wandelt, keer je met gemak terug in de tijd. De Kerkstraat vanaf CITYBED richting de oude toren, het plantsoen rond de oude Nicolaaskerk, het bruggetje en het smalle paadje richting de kasteeltoren, maar ook de Kloosterstraat of het domineesbruggetje over de haven richting het Stadsmuseum ademen een verstilde herinnering uit. En zo zijn er nog wel meer plekken te vinden, bij de molen, de rietdekkersschuren, de Nicolaasbasiliek of de IJsselpoort en IJsselstraat heel vroeg in de morgen. Maar er zijn ook prachtige binnentuinen, salons of souterrains die meestal voor het publiek gesloten blijven. Op mijn kerstavond zul je een aantal kunnen aanschouwen.
- U hebt in het verleden met uw wichelroede de binnenstad doorkruist zonder de onderaardse gang aan te treffen. Intussen hebben de technologische ontwikkelingen niet stilgestaan. Tegenwoordig kun je met een digitale wichelroede veel meer aardstralen en archeologische zaken signaleren. Hoe zou u het vinden als u met zo'n digitale wichelroede de IJsselsteinse bodem opnieuw zou kunnen doormeten? Waar zou u het eerst gaan kijken?

De IJssel is van oudsher de grote levensader geweest. Zijn water omsluit de stad met de grachten, het heeft het land eromheen vruchtbaar gemaakt en een landschappelijke schoonheid met slingerende weggetjes en fietspaden gegeven. Ben je in de stad, dan voel je toch de frisse adem van het land eromheen. Ondanks de nieuwbouw is IJsselstein de poort tot de Lopikerwaard gebleven. Je voelt je geborgen en toch kun je er overal uit, naar buiten. Op het land zie je de torens, de molen en het historische stadhuis nog steeds als silhouet afgetekend worden.
- Heeft u tips en tops voor de bedenkers van de Sprokkelroute?
De bedenkers van de Sprokkelroute, de Vrienden van het Stadsmuseum, hebben enorm veel plezier in het organiseren van de Kerstavond. Niet in de laatste plaats door het enthousiasme dat zij onderweg ontmoeten. Bewoners van de binnenstad zoeken elkaar meer op, spreken elkaar aan, helpen elkaar met ideeën voor versiering van de route, timmeren en klussen, laten hun piano stemmen, ruimen hun kamer en kelders op of gaan samen aan de wandel, etc. Meewerkende culturele organisaties zien de avond als een etalage voor hun vereniging en kunsten en zien het als een eer om mee te kunnen doen. De avond kenmerkt zich door intimiteit, kleinschaligheid, sprookjesachtige sfeer, openheid en gezelligheid.
Allemaal kenmerken die in tijden van commercie, economisch belang en individualisme een zeldzaamheid lijken te worden. Maar niet in IJsselstein. Ik wens dat het evenement dit weet te behouden.
Voor het Stadsmuseum wens ik heel veel nieuwe Vrienden, want die hebben zij komend jaar heel hard nodig als verzelfstandigd museum. Dat het tij voor hen mag keren. Daar kan ik met mijn wichelroede even niets aan doen, maar met deze kerstavond zijn we weer in de goede richting.
Iedereen die mijn kerstavond tot een succes maakt wil ik daarvoor heel hartelijk danken.
hoogachtend,
mevrouw Klein Sprokkelhorst